Vastgelegd

P91 Vastgelegd – Familie Tydeman

LEESFRAGMENT 

Door zoon Meinard Tydeman, gebaseerd op een gefilmd interview met zijn vader Frans, 2009.

Van Singapore ging de zeereis eind december 1942 naar Birma (het huidige Myanmar). De gevangenen zaten op de bodem van het ruim van het schip en langs de bordessen. Boven was alles afgesloten met prikkeldraad. Eten en drinken was mondjesmaat. Het schip met krijgsgevangenen dat voor hen uitvoer langs de Birmese kust, werd door Amerikaanse vliegtuigen gebombardeerd omdat zij dat grote rode kruis niet vertrouwden. Het werd dus voor de ‘zekerheid’ maar gebombardeerd.

De omstandigheden in de ruimen waren erbarmelijk. De gevangen waren al verzwakt door de eerdere kampen. Er was buikloop (dysenterie) uitgebroken. Op het schip was geen toilet dus men deed zijn behoefte waar men zich bevond. De mannen zaten zo opeengepakt dat je vaak niet van je plaats weg kon komen. Van iemand die dysenterie had en die zijn behoefte deed op de verdieping boven Frans, sijpelde de ontlasting door de spleten van de planken naar beneden. Het schip deed even Rangoon aan en na ruim een week legde het daarna eindelijk aan in Moulmein (60 km van Thanbyuzayat het begin van de Birma-Siam-spoorweg vanuit Myanmar: red.).

De troep werd toegesproken door een Japanse generaal die zo klein was dat zijn samoerai-zwaard over de grond sleepte. Na een aantal vernederende opmerkingen zei hij dat ze niet aan vluchten hoefden te denken. Er zou geen prikkeldraad om het kamp gespannen worden want het bos was zo ondoordringbaar dat vluchten onmogelijk was. Bovendien waren er de wilde dieren zoals tijgers. Niemand was van plan om te vluchten. Men wilde liever werken om zijn hachje te redden.

In 1946, ruim nadat de oorlog beëindigd was, kon Frans vanuit Bangkok na lang wachten terug naar huis naar Java. Hij woog nog maar 36 kilo en had twee transporten met hellships en de Birma-Siam-spoorlijn overleefd.”